Written by Chiara Lubich (1920-2008)
stichteres Focolarebeweging


 

“Wie het water drinkt dat Ik hem geef, zal nooit meer dorst krijgen. Het water dat Ik geef, zal in hem een bron worden waaruit water opwelt dat eeuwig leven geeft.” (Joh 4,13-14)

Deze woorden van Jezus zijn een parel van het evangelie. Hij sprak ze tot een Samaritaanse vrouw die bij de put van Jakob water was gaan putten. Wie vertrouwd is met het woestijnlandschap in Palestina weet van hoeveel belang het zo eenvoudige element water is. Jezus hoefde aan zijn woorden dan ook niet veel uitleg toe te voegen. Net zo onmisbaar als water dat uit de aarde stroomt voor ons dagelijks leven is, zo onmisbaar is het levend water waarover Jezus spreekt voor het eeuwig leven.
Een woestijn bloeit pas op na overvloedige regen. Evenzo kunnen de zaadjes van het goddelijke leven die met de doop zijn in ons geplant, alleen ontkiemen wanneer ze worden bevloeid door het Woord van God. De plant groeit, krijgt nieuwe scheuten en wordt tot een boom of een prachtige bloem, als de plant het levende water ontvangt van het Woord dat leven voortbrengt. En dat Woord houdt het leven voor alle eeuwigheid in stand.

De woorden van Jezus zijn bedoelt voor ons allemaal – wij die in deze wereld dorst lijden: degenen die zich ervan bewust zijn geestelijk droog te staan, maar ook degenen die de behoefte niet meer voelen om te drinken aan de ware levensbron.
In feite richt Jezus zich tot alle mensen van vandaag. Hij laat zien waar we het antwoord kunnen vinden op al onze vragen en de diepste vervulling van onze verlangens. Het is dus aan ons om te putten uit zijn woorden. Zijn boodschap kan onze dorst lessen.

Hoe?
Door ons leven te laten doordringen van het evangelie, door het werkelijk te toetsen aan Jezus’ woorden, door te denken zoals Jezus en lief te hebben zoals Hij. Ieder ogenblik dat we proberen het evangelie in leven om te zetten is als een druppel van levend water dat we drinken. Ieder gebaar van liefde voor onze medemens is een teug van dat water.
Want dat is nu precies het bijzondere van dit levende, kostbare water: telkens als we ons hart in liefde openen voor alle mensen borrelt het in ons op. Het wordt een bron, een bron van God, die des te meer water geeft naarmate de diepe waterader dient om de dorst van anderen te lessen met kleine of grote daden van liefde.

Het is dus duidelijk. Als we putten uit Hem en het levend water dat Hij ons geeft weer doorgeven, zullen we geen dorst meer kennen. Soms is een woord, een glimlach, een eenvoudig gebaar van solidariteit al genoeg om ons een gevoel van volheid te geven, een diepe voldoening en vreugde. En wanneer we doorgaan met geven, wordt deze stroom van water een bron van vrede en geluk die nooit opdroogt.

En er is nog een ander geheim dat Jezus ons heeft geopenbaard, een soort bodemloos vat waaruit we kunnen putten. Wanneer twee of drie zich in zijn naam verenigen en elkaar liefhebben met zijn liefde, is Hij in hun midden (cf. Mt 18,20). Dan voelen we ons vrij, één, vol licht, en dan zullen stromen van levend water uit ons binnenste opwellen (cf. Joh 7,38). Dan wordt de belofte van Jezus werkelijkheid. Want uit Hemzelf die in ons midden aanwezig is, borrelt dit water op dat onze dorst lest voor alle eeuwigheid.

- Chiara Lubich